<< terug naar overzicht

Waerde leeden!

geplaatst door Constanteyn Roelofs, op maandag 20 februari 2012

Waerde leeden!

Studentenverenigingen drukken zich in geschrift graag uit in een soort brabbeltaaltje dat ‘Oud-Nederlands’ moet voorstellen, met veel -ck in plaats van -k, -sch in plaats van -s en –ee- in plaats van –e-. Het gros van dit geblaat raakt kant noch wal. Voornamelijk jonge disputen die zich als ‘traditionele’ vereniging afficheren zonder echt een lange geschiedenis en traditie te bezitten maken zich hier aan schuldig.

Het doel is natuurlijk om de echte traditionele verenigingen na te doen, waarvan inderdaad sommige substructuurnamen en geschriften de voorgenoemde archaïsche taal vertonen – maar dan ook echt uit ouderdom en volgens de indertijd heersende spellingsregels! Deze verenigingen ontstonden goeddeels tussen 1850-1900, dus alhier tot lering en vermaak een drietal staaltjes hedendaags gebazel langs de meetlat van de 19e schoolmeesters.

De sch-verschrikking
Kennen we mevrouw De Vrieschschsch van Klokhuis nog? Voor de probeerdeftigen moet alles wat op een -s eindigt ineens met -sch (ineensch – ook fout!). Zonder omzicht naar de historische praktijk gaat elke –s voor de bijl. Het woord dames is het dikwijls het slachtoffer. De vorm damesch is onzin. Blijkbaar weet het nepdispuutstuig niet dat dames een Frans leenwoord is, met een meervouds-s van achter. Kijk bijvoorbeeld eens bij Couperus, een schrijver uit de nagebootste taalperiode die blijkbaar veel te weinig wordt gelezen onder het knorrendispuutsvolk: hij heeft het vroolijk over Roomsch, frisch en visch, maar schrijft wel consequent dames!

Woorden aan hun ende
Het woordje en is natuurlijk veel te kort en onopvallend voor elke borrelkoning op de nieuwbouwcampus van de lokale Inholland. Ende is veel beter. Ende als voegwoord was echter al lange tijd dood en begraven in 1874, toen Willem Bilderdijk zijn Nederlandsche Spraakleer schreef, tezamen met andere, prachtige voegwoorden als mitsgaders en beneffens.

De kwaadmakende ae
Een andere vorm van pseudoballerigheid is het gebruik van ae in plaats van aa. Ouderejaersch. Dispuutskaersch. Aerschschaemhaer. Vooral de jasjedasjedragers die de ae plegen uit te spreken met een nasale klank – wellicht naar Engels voorbeeld - omdat ze denken dat dat ‘Oud-Hollandsch’ is, wekken wrevel en meelij. Als ze hadden geweten dat de e louter aangeeft dat het een lange klinker is, hadden ze wel anders gepiept. De constructie ae was in de 19e eeuw al vervangen door aa. Inconsistent is dat de vorm ie behouden is gebleven; de Finnen hebben dit euvel overigens rechtgezet, hiir komt dat misschiin nog.

Valt het tij nog te keren? Of is door het sterk verwaarloosde taal- en literatuuronderwijs en het vervagen van het onderscheid tussen universiteit en HBO het Faebelneederlandsch onuitroeibaar? Inmiddels verloederen veel bonafide 19e eeuwse verenigingen mee met de na-apers. Zo hebben bijvoorbeeld vrijwel alle aan het corps gelieerde roeiverenigingen het over damesch. Heelaesch.

reacties (0)

geen reacties

De tekst is niet hoofdletter gevoelig

*